Mijn nieuwe huis moet nog gebouwd.
Ik ken het van papier en teken muren
in de lucht, de wolken het plafond.
Ze bouwen hier nog jaren aan de rand
van deze stad. Dan woon ik bij het water,
waar riet in golven over oevers buigt
voor spitse populieren. Als de stad
weer hoest, waait hier de wind. Mijn huis
verrijst daarginds, voorbij de oude haven.
Hoe zou het zijn als alles nieuw, een witte,
gedraaide trap. En lopend naar de wolken
denk ik aan wat er komt bij elke stap.
Hoe zal het zijn, vraag ik aan de wolken.
Terug naar overzicht
Vind je dat er informatie over dit gedicht ontbreekt? Stuur een mail naar
info@straatpoezie.nl met de titel en locatie van het gedicht en de aanvullende informatie.