Ezel

Deze ezel heet Ambroos.
Hij drentelt langs hond en lam.
Tussen zijn saffraangele tanden
zit een halve boterham, ambrosia.
.
Vele meesters reden op zijn rug,
Heer Jezus, Heer Honger, Heer Dood.
Om zijn dagelijks brood
balkt hij: Glorie, gloria.
.
Op de vlucht naar een of ander Egypte
verloor hij onderweg de os, zijn vriend,
met wie hij redeneerde
over de stro, de kribbe, het kind.
.
Soms buigt een vreemde rouw
zijn pluizige kop nog verder naar voren.
De schuwte van de paria
in de wereld waarin ook wij dolen.
.
Waarom duldt hij onze grillen
als de vliegen in zijn wimpers,
de horzels op zijn billen?
Wat is het waarom van zoveel
nederige vrede? Herinnering aan Arcadia?
.
Al is Ambroos al eens duister en duivels
op zijn tijd en stond,
zijn ogen zijn de gewonde ogen
van de eeuwigheid.

Dichter(s): Hugo Claus

Locatie: Steenvoordestraat 59, Poperinge, Belgium

Taal: Nederlands

Datum geplaatst: 1994

Relatie met locatie: Het gedicht staat op een stalmuur van de Douviehoeve, vlakbij een 'ezelweide'.

Initiatiefnemer: Poëziezomers Watou

Boek: Uit: 'De sporen' (1993)

Opmerkingen of wetenswaardigheden: Het gedicht is op de stalmuur aangebracht ter gelegenheid van de Poëziezomer 1993. De tand des tijds heeft de leesbaarheid ervan enigszins aangetast.

Naam invuller: Hugo Brems

Vind je dat er informatie over dit gedicht ontbreekt? Stuur een mail naar info@straatpoezie.nl met de titel en locatie van het gedicht en de aanvullende informatie.