tussen de pont en het textielmuseum
word ik door drie geesten
in de armen van mijn ouders gelegd
de eeuwenoude muren zingen ons toe
schudden onverstaanbaar in hun dialect
mijn opa wijst niet op zijn woordenboeken
niet op de dialectposter bij de deur
hij vertaalt
ze zingen over woensdagmiddag
lempers
batatas
knakworstjes
een stormachtige dag
een kunstlokaal vier hoog
ze zingen als de treinen langs de hall of fame
alleenhouderstraat
de oude warande
als een versierde bolderkar
de kop van de kat is jarig
over de besterd
regen op het dak van portagora
ze zingen in de aula van den bijsteren
wat is het heerlijk bij ‘t kribbetje fijn
ze zingen snoep tegenover de kerk
groeten zijn verbrande koning
mijn moeder vraagt of dat is wie ik zal zijn
ze zingen dat ik tilburg zal zijn
zal bouwen
en bouwen
en bouwen
fundering zal leggen
wortels zal groeien
ze tegen elkaar op zal laten botsen
me zal opkrullen om de treinrails
men wakker zal houden als een goederentrein
een introductieweek
de kermis
een optocht
als een schrijver met leesachterstand
straf en dyslexie en adhd en boosheid op de gang
luidruchtig
onzorgvuldig
besluiteloos
haar bushalte drie keer verplaatst
mismatchende gebouwen uit de grond gestampt
ze zal de stad zijn
niet leren om keuzes te maken
om stil te zijn
om zich klein te houden
ze zal bouwen
de muren laten zingen
het laten weerklinken in verwaterd dialect
een geleend woordenboek in de hand
Terug naar overzicht
Vind je dat er informatie over dit gedicht ontbreekt? Stuur een mail naar
info@straatpoezie.nl met de titel en locatie van het gedicht en de aanvullende informatie.