Het kijken naar jou, tijdens
de wandeling na groeizame
regen, langs de lisdoddenkraag
met traag drijvende zwanen en
aarzelend grazende koeien, alsof
ze vermoeden dat de aarde een
afgrond heeft, op ieder ogenblik
onder hun hoeven wegvallen kan.
Het kijken naar jou, vanaf het naar
teer ruikende hek waar ik blijf staan,
omdat iets aan de gevlamde structuur
in het hout aandacht trekt, terwijl jij
neerknielt aan het riet, alsof je drinken
wilt van het in zichzelf gekeerde water.
Terug naar overzicht
Vind je dat er informatie over dit gedicht ontbreekt? Stuur een mail naar
info@straatpoezie.nl met de titel en locatie van het gedicht en de aanvullende informatie.