Wij groeien vast in tal en last

Wij groeien vast in tal en last, Ons tweede Vaders klagen.
Ay ga niet voort door dese poort, Of helpt een luttel dragen

Hier treurt het Weeskint, met gedult,
Dat arm is sonder zyne schult,
En in zyn armoë moet vergaan,
Indien gy 't weigert by te staan,
Zo gy gezegent zyt van Godt,
Vertroost ons uit uw overschot

Geen armer Wees op aarde zwerft,
Dan die der Weezen Vader derft.
Der Weezen Vader derft hy niet,
Die Weezen troost in haar Verdriet.
Dies sla uw oogen op ons neer,
Ons allerVader troost u weer.

Dichter(s): Joost van den Vondel

Locatie: Kalverstraat 92, Amsterdam, Nederland

Taal: Nederlands

Datum geplaatst: Waarschijnlijk 1634

Relatie met locatie: Boven de ingang van het oude Burgerweeshuis staat het gedicht dat uit twee regels bestaat en aan weerszijden van de steeg staan de overige twee gedichten op de muren.

Opmerkingen of wetenswaardigheden: In de Kalverstraat in Amsterdam zijn drie gedichten van Joost van den Vondel te lezen: een tweeregelig gevelgedicht op een reliëf, vervaardigd door Hendrik de Keyser in 1591, boven de ingang van wat vroeger het Burgerweeshuis was. Vondel schreef dit gedicht speciaal voor deze locatie, waarschijnlijk in 1634, toen de hoofdingang van het weeshuis werd verplaatst (Sterck e.a. 1929: 414). Het gedicht, dat hij later met het bijschrift ‘Op ons Weeshuis’ opnam in de bundel Verscheide Gedichten (1644), is een duidelijke morele boodschap aan degene die het gebouw wil betreden: ‘Wy groeien vast in tal en last, ons tweede Vaders klagen / Ay ga niet voort, door deze poort, of help een luttel dragen’. Aan weerszijden van de steeg staan twee andere gedichten op de muren. In alle drie de gedichten wordt de voorbijganger aangesproken en aangespoord om de weeskinderen te helpen door geld of goederen te doneren.

Meer info: https://www.dbnl.org/tekst/vond001dewe03_01/colofon.php

Naam invuller: N.Ph. Hovius

Terug naar overzicht
Vind je dat er informatie over dit gedicht ontbreekt? Stuur een mail naar info@straatpoezie.nl met de titel en locatie van het gedicht en de aanvullende informatie.